Wat mij betreft is polderprutsen een nieuw werkwoord. Zeg het maar eens hardop. Het klinkt al lekker. Het is gezond. En leuk. Vooral voor kinderen. En als kinderen er blij van worden, word ik dat ook. Maar wat is het?

Mijn ouders wonen in het Westland. In de buurt van de kassen, waar onze tomaten en chrysanten vandaan komen. Behalve glazen huizen heb je daar kilometers polder. Gewoon grasland. Met hier en daar een koe, een slootje en een schuurtje dat op instorten staat.

Benenwagens
Na een paar bakken koffie gaan we naar buiten. We lopen de straat uit en staan binnen twee minuten met onze neus in de wind en onze tenen in de modder. Ik heb vijf kinderen bij me, want mijn twee neefjes zijn er ook. Het lijkt wel een kinderfeestje. We hebben niets bij ons. Een paar stevige benen, en meer hebben we ook niet nodig, want we moeten een aardig stukje lopen (voor de begrippen van de 3-jarige mannen onder ons is 3,5 kilometer best een eind).

Hazen en koeienvlaaien
De kinderen rennen enthousiast het hoge gras in. En dat is genieten! Want dat gras lijkt ontzéttend saai, maar dat is het helemaal niet! Ze vinden er van alles. Dotterbloemen. Pinksterbloemen. Madeliefjes. Langs het pad liggen steentjes en schelpjes. Alles wordt verzameld en meegesleept.

Er is ook een hoop te vinden dat je niét mee kunt nemen, maar waar je wel goed naar moet zoeken. Na een kleine tien minuten zien we het eerste paar oren boven het gras uitsteken. ‘EEN HAAAAS!’ Haas schrikt zich een ongeluk en schiet als een pijl uit een boog het grasland door. Prachtig vinden ze het! Als we dwars door het weiland verder sjokken, wordt er plots druk gegiebeld. Ik weet al hoe laat het is: we zijn op een paar prachtige koeienvlaaien gestuit. Sommige vers en drabberig, maar de mooiste exemplaren zijn natuurlijk die met een korstje. Daar kun je op gaan staan en dan hoor je zo’n mooi knisperig geluid als je erdoorheen zakt.

BuitenHelden in de polder

Wildplassen
Onvermijdelijk: als je een paar kilometer gaat lopen met vijf kinderen om je heen, moet er om de haverklap eentje plassen. Nu loopt er in de Maaslandse polder gelukkig geen wildplaspolitie rond, dus we zoeken telkens een mooi graspolletje op, ‘hijsen broeken af’ en mikken dan een fris waterstraaltje naast een bloemetje. Dat is een hele kunst. Mijn kinderen constateren vervolgens tevreden dat ‘het bloemetje nu gelukkig ook een beetje drinken heeft gekregen’. Ik kan ze geen ongelijk geven.

Pratende vogels… magnetische boerenhekken
Na de plaspauzes vervolgen we onze poldertocht. We steken middels een wiebelig ‘bruggetje’ (twee dunne, doorbuigende planken met een oude waterleiding als leuning) een boerensloot over en komen in wei met koeien terecht. Kindertjes zijn ineens heel klein als ze met hun neus voor een volwassen koe staan. Hoewel reuze-interessant, is het net een beetje té om de koeien een aai te geven. Dat bewaren we nog even voor volgende keer.
We lopen wel door de greppels, om te kijken of we daar nog hazen kunnen vinden. Die zitten er zat en ze springen op als er vijf tetterende kinderen aankomen. Terwijl boven onze hoofden een vogel zijn eigen naam roept (‘Grutto! Grutto’ ‘Mam! Dan kun je nooit vergeten hoe die heet, want hij zegt het gewoon!’) zetten we koers naar het boerenhek, dat als een soort magneet op kinderlichaampjes werkt. Ze plakken er allemaal aan vast, klimmen, klauteren en zijn er haast niet vanaf te krijgen.

Klimmen op een hek

Na een dikke anderhalf uur zijn we weer thuis, waar alle natuurschatten nog even secuur worden uitgeplozen en gesorteerd. Ik heb vijf moeie, maar tevreden kinderen bij me met rode wangen van wind en inspanning. Polderprutsen dus. Ik kan het iedereen aanraden.

_________________________________________________
Dit blog verscheen ook als gastblog op lovethat.nl
Lovethat / Dagelijkse website over de allerleukste onderwerpen!

Delen:Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Pin on Pinterest0Share on LinkedIn0Share on Google+0Email this to someone